Getuigenis Disha

Wie bent u?
Ik ben Dijanira (Disha), ik ben 34. Ik kom uit Curaçao en woon sinds 2006 in Breda.

Omschrijf jouw leven voor je bekering.
Ik weet nog dat ik een blij kind was, altijd vrolijk, altijd willen helpen met kleren wassen en ophangen, grote mensen dingen. Ik vond het ook heel leuk om buiten te spelen met mijn neven en nichten. Mijn ouders waren samen en we hadden elke zondag BBQ in de tuin, ik was een papa’s kind en ik vond het heel fijn dat hij de tijd nam om samen met mij huiswerk te maken. Ik was heel gelukkig.

Wat bracht zonden in jouw leven?
Ik geloof dat de ellende begon toen mijn ouders uit elkaar gingen. Ik wilde bij beide mijn ouders zijn, maar het kon niet. Bracht heel veel onrust. Er werd dus besloten dat mijn broer bij mijn vader zou blijven en ik met mijn moeder moest verhuizen. Mijn moeder ging verder met haar leven dus zo moest ik ook. Al op een jonge leeftijd van negen jaar had ik veel verantwoordelijkheden. Ik moest voor mijn broertje zorgen toen hij een tijdje bij mijn moeder en ik kwam wonen. Ik moest koken, strijken en brood klaarmaken voor school. Mijn moeder was meer gericht op haar carrière, dus ik moest het min of meer zelf doen. Mijn vader gaf meer aandacht aan mijn broer, mijn broer kreeg alles en ik niets. Ik denk dat het rond deze periode, de boosheid toegang kreeg tot mijn leven. Ik vond het allemaal onterecht en ik voelde me behoorlijk afgewezen. Mijn beide ouders hadden voorkeur voor mijn broer en dat was heel duidelijk, door dingen die ze deden en zeiden.

Toen kwam er een man bij ons wonen die zowel mijn moeder en mij wilde hebben. Hij liet mij dingen kijken die je nooit moet zien en zeker niet als kind. Ik vond het allemaal heel lastig, maar hij had me verboden om wat van te zeggen. Het begon met aanraken, en elke keer ging verder en verder. Het was dan angst, schuld en schaamte dat ik het niet kon vertellen aan mijn moeder. Ik wou niet meer thuis zijn dus bleef de hele tijd hangen bij mijn oma totdat mijn moeder thuis was. De relatie duurde anderhalf jaar ongeveer voordat ze uit elkaar gingen. Toen ik 15 jaar oud was gingen we bij de nieuwe vriend van mijn moeder wonen. Hij had ook zelfde bedoelingen, hij zei een keer tegen me: ‘ik slaap met je moeder maar ik droom over jou’. Ik dacht bij mezelf, het gaat me niet weer overkomen. Dus ik vertelde het aan mijn moeder, maar zij besloot dat ik uit huis moest. Daar stortte mijn leven volledig in, voelde me volledig afgewezen. Ik werd een extreem bitter persoon vol van haat voor mijn moeder, ik dacht dan alleen aan mezelf. Alles wat er hierna volgde was alleen maar ellende, zo ellendig dat ik een zelfmoord poging deed.

Wat was je doel in het leven?
Mijn doel was dan om te overleven, om te studeren, zodat ik goed voor me zelf kon zorgen en van niemand afhankelijk hoefde te zijn. Ik had geen positieve voorbeeld waar ik naar op kon kijken. Het enige wat ik als voorbeeld had waren vrienden die op jonge leeftijd kinderen krijgen die ze alleen moesten opvoeden. Ik heb besloten dat dat niet mijn verhaal zal zijn. Ik ben naar Nederland verhuisd om te studeren, om mijn oude ellendig leven achter te laten. Ik had voor een toeristische opleiding gekozen, omdat het onder andere de mogelijkheid bod om veel te reizen. Ik ontmoette een jongen en kort daarna gingen we samenwonen. Alles was goed, ik onderdrukte mijn verdriet, mijn haat, mijn bitterheid, mijn wanhoop door bezig te zijn met school, reizen en mijn vriendje. Maar ja, “reality kicked in”. Op gegeven moment heb je alles gedaan wat je wou doen, veel gereisd, diploma’s behaald, een goede relatie, en dan. Zelfde gevoelens van binnen die dieper en dieper gingen. 

Hoe bent u in aanraking gekomen met het geloof?
Ik weet nog dat ik in januari 2011 afgestudeerd was en op zoek naar een baan. Ik wou in Singapore gaan werken, maar had mijn vriend. Hele goed relatie, we hielden van elkaar, we waren gelukkig, maar toch niet gelukkig (snap je dat gevoel?). Ik was zo bitter, wanhopig, kon niks hebben van niemand, depressief en voelde me minderwaardig. Ik dacht er dagelijks om van mijn flat te springen, maar deed het niet omdat ik dacht, stel dat ik dan van alles breek en toch levend blijf, dan wordt  mijn ellende alleen maar groter. Had het met mijn vriend erover, en hij zei: ‘Ik ook’. Ik dacht dit is niet gezond. Ik weet nog ik riep uit naar God ik zei: ‘Help me God, want dit trek ik niet meer’. Een tijd daarna kwamen er christenen op mijn pad in de stad. Zij vertelden mij over de liefde van God. En ondanks ik zelf uitriep naar God wilde ik het niet aan horen, ik gaf God de schuld van al mijn ellende.

Ging een tijdje verder met mijn leven. Tot er op een dag dat ik aan mijn vriend vroeg hoe hij ons toekomst samen ziet. Ik weet niet meer precies wat hij zei, maar het klonk een hele onzekere toekomst samen. God liet mij een kruispunt zien waar ik op stond. Hij zei: ‘Je kunt twee kanten op. Een zonder Mij, dat is hopeloos en onzeker of de andere met Mij dat is hoopvol en zeker. Wat kies je?’.  Op 20 februari 2011, ben ik naar de kerk gegaan en het was weer alsof God zelf tegen me sprak. Ik heb een keuze gemaakt om mijn leven aan Jezus te geven en sindsdien ben ik nooit meer weggegaan.  

Waar bent u God het meest dankbaar voor?
God heeft de haat weggehaald uit mijn hart. Ik kon mijn moeder en mezelf vergeven. Mijn leven is nu compleet anders. Als ik denk aan hoe mijn leven was en hoe mijn leven nu is, hou ik vast aan Gods voet, want zonder God was het een andere verhaal geweest. Ik had hoogstwaarschijnlijk deze getuigenis niet met jou kunnen delen. De bitterheid, depressie en zelfmoord gedachten zijn weg. God heeft mij weer hoop gegeven in het leven. Ik dank God hiervoor.

Ik dank God dat Hij zijn zoon gaf, die een grotere ellende dan die van mijn doorstond, zodat ik vandaag gered kan zijn. Ook dat ik zevenenhalf jaar geleden een nieuwleven kon beginnen vol geloof, hoop en liefde en dat ik dankzij de prijs dat Jezus betaalde weer gelukkig ben.